Bouwen in de polder


door Peter van Hoesel


Bateweg Noord Woubrugge: hier nog een kale vlakte

Foto Bep v.d. Laan


In de jaren ‘60 en ‘70 hadden Hoogmade en Woubrugge tamelijk veel ruimte om uit te breiden.

In de jaren ‘60 ging het vooral om simpele rijtjeshuizen in parallelle rijen plus rijen die daar haaks op stonden. Een dergelijk rijtjeshuis was nu eenmaal de standaard eengezinswoning; meestal ging het om een doorzonwoning. In de jaren ‘70 werd er al wat meer gevarieerd, zie bijvoorbeeld de dakterraswoningen in Woubrugge en de drive-in woningen in Hoogmade. Maar nog altijd in simpele rijen.

Dat leverde tamelijk saaie nieuwbouwwijken op, maar de desbetreffende huizen werden toch wel verkocht of verhuurd, want ook toen was er sprake van woningnood.

In de jaren ‘80 en later is er minder gebouwd maar wel wat gevarieerder. En hier en daar konden inwoners ook zelf een huis laten bouwen, zonder tussenkomst van een projectontwikkelaar.

Bijvoorbeeld het plan Bateweg Noord in Woubrugge gaf de mogelijkheid voor vrijstaande huizen en twee-onder-een-kap huizen en het plan Thuisweide bood de mogelijkheid voor vrijstaande woningen en een aantal geschakelde herenhuizen. Ook in Hoogmade kwamen er, aan de Theo Bosmanlaan, meerdere vrijstaande huizen alsmede een paar twee-onder-een-kap woningen.

Later is er in het plan Bateweg West ook de nodige variatie gekomen, maar een idee om de bestrating niet zo rechthoekig te maken kwam er niet door.

Ook in Leimuiden en Rijnsaterwoude zijn de nieuwbouwwijken in de periode van de gemeente Jacobswoude gevarieerder geworden dan oudere nieuwbouwwijken.

Nu en dan was er wel verzet tegen uitbreidingsplannen, zoals bij het plan Leimuiden West, dat later in de nieuwe gemeente K&B alsnog is doorgezet.


Het beleid van rijk en provincie

De rijksoverheid publiceerde vanaf de zestiger jaren verschillende nota’s inzake ruimtelijke ordening. Daarin werden de hoofdlijnen van die ordening vastgelegd. De provincie publiceerde vervolgens streekplannen: nadere uitwerkingen van het rijksbeleid aangevuld met specifieke doelen en beperkingen vanuit het oogpunt van de provincie. Vervolgens moesten gemeenten mede daarop hun bestemmingsplannen vaststellen.


In de periode 1960 – 1990 kon in de gemeente Woubrugge nog redelijk wat nieuwbouw plaatsvinden: voor eigen inwoners maar ook voor woningzoekenden uit andere gemeenten.

De bevolking groeide daardoor van circa 3.750 in 1972 tot ruim 5150 in 1991. Sedertdien is er nauwelijks meer sprake van groei, omdat de nieuwbouw maar net voldoende huizen opleverde om de ‘gezinsverdunning’ te kunnen compenseren, want met ingang van de jaren ‘90 legden rijk en provincie meer beperkingen op.

Ten eerste was er een ‘contingent’ ofwel het aantal woningen dat een gemeente in een bepaalde periode mag bouwen. Ten tweede waren er de ‘contouren’ ofwel de grenzen tussen gebieden waar wel of niet woningen mogen worden gebouwd. Deze contingenten en contouren werden door de provincie bepaald.

Een derde beperking betrof (en betreft nog steeds) de ligging van onze gemeente in het Groene Hart. Al decennia is het beleid: niet of zo weinig mogelijk bouwen in het Groene Hart. Dit met uitzondering van aangewezen ‘groeikernen’ zoals Alphen aan den Rijn en Zoetermeer. Deze beperkingen leidden, met ingang van de jaren ‘90 voor de gemeente Woubrugge en vervolgens Jacobswoude tot steeds minder woningbouw.


Het contourenbeleid had nog een belangrijk neveneffect: de beperkte ruimte voor woningbouw in combinatie met de wens voor zoveel mogelijk woningen leidde tot een (zeker voor dorpen) hoge bouwdichtheid. Nieuwe wijken in omliggende gemeenten, zoals Leiderdorp en Ter Aar, en ook in groeikernen zoals Alphen aan den Rijn, zijn ruim van opzet met veel groen. In Hoogmade en Woubrugge daarentegen is de opzet veelal krap, smal en weinig ruimtelijk. Het ontbreekt aan brede grasstroken, open ruimte en bomen.

Volgens sommige leden van de desbetreffende raadscommissies kon je beter afzien van dergelijke uitbreidingsplannen, maar door de meerderheid werd altijd weer gekozen voor verdere uitbreiding en werd de hoge bouwdichtheid voor lief genomen. Ook bij Gemeentebelang was er steeds een meerderheid voor zulke uitbreidingsplannen te vinden.

In toenemende mate stuurde de provincie op zoveel mogelijk ‘inbreiden’: bouwen op open stukjes of bij her-ontwikkelen de hoogte in. Vanuit kleine gemeenten is bij verschillende gelegenheden geprotesteerd tegen dit beperkende provinciale bouwbeleid, maar Woubrugge en Jacobswoude kozen desondanks steeds weer eieren voor hun geld: meer huizen bleek steeds weer belangrijker dan ruimtelijke kwaliteit.

Een beetje wrang is wel dat Jacobswoude tegelijkertijd wel moest toestaan dat de HSL werd aangelegd en de A4 werd verbreed (later zijn daar nog de hoogspanningsmasten bijgekomen).


Het contingent mocht naar eigen keuze worden verdeeld over de dorpen, maar opsparen voor een volgende periode mocht niet van de provincie. En op onderbouwde verzoeken om wat meer contingent gaf de provincie veelal geen krimp. Ter illustratie: zelfs een wijkje voor de HSL-gedupeerden in de Bospolder in Hoogmade werd aanvankelijk door de provincie afgewezen.


Door de verzelfstandiging van het woningbedrijf per 1995 (ten gevolge van het rijksbeleid) werd de invloed van de gemeente op de woningbouw nog verder verkleind. Het budget voor sociale woningbouw werd overgedragen aan een onafhankelijke stichting. De desbetreffende ambtenaren van de gemeente verhuisden mee naar die stichting. Een direct merkbaar effect was dat er vrijwel meteen tamelijk luxe dienstauto’s werden aangeschaft.


Nieuwbouw in de polder

Foto Bep v.d. Laan


Het plan Bateweg Noord

Ten slotte lichten we er een uitbreidingsplan even uit omdat dit plan in die zin bijzonder was dat toenmalig wethouder Jaap Haasbroek (GB) de bevolking van meet af aan heeft betrokken bij de planontwikkeling. Daar werd enthousiast aan meegewerkt door een groep van enkele tientallen burgers, waaronder oud-wethouder Douwe Faber (GB). Deze werkgroep werd begeleid door een stedenbouwkundige die uiteraard nu en dan grenzen moest trekken als het enthousiasme een beetje doorschoot.

Deze uitgebreide vorm van burgerparticipatie heeft geleid tot meer variatie van typen woningen, tot zichtlijnen bijvoorbeeld richting de kerktoren, tot diverse speelmogelijkheden voor kinderen, tot speelse doorgangen via onder meer bruggetjes, en tot een aantrekkelijker ogende wijk dan de wijken die tot dan toe gebruikelijk waren.


Foto Bep v.d. Laan

2 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven