Windturbines in de Vierambachtspolder?

Bijgewerkt op: 12 mei 2021

Al in de jaren ‘80 werd er binnen Gemeentebelang gediscussieerd over de mogelijkheid van het plaatsen van windturbines langs de N207. De klimaatdiscussie was indertijd nog niet zo heftig als tegenwoordig, maar sommige leden van GB kregen belangstelling voor dit onderwerp en wilden de discussie daarover aanzwengelen. De meeste GB-leden leken er wel positief tegenover te staan, misschien ook omdat de toenmalige windmolens nog vrij klein waren - ze werden toen in elk geval nog niet aangeduid als ‘turbines’. Maar het is toen niet verder gekomen dan een discussie, die er overigens wel toe heeft geleid dat de provincie aan boeren de mogelijkheid bood om een (kleine) windmolen op eigen erf te plaatsen.


In het begin van deze eeuw werd er, mede op basis van twee provinciale nota’s: ‘Werken met Wind’ en het ‘Streekplan 1995’, een concreet initiatief genomen door de CVWJ (Coöperatieve Vereniging Windmolengroep Jacobswoude, eind 1999 opgericht door een groep agrariërs) om te komen tot het plaatsen van een serie windturbines in de Vierambachtspolder. Dat resulteerde in november 2001 in een nota van de CVWJ in samenwerking met Eurowind (een leverancier van windturbines). Er waren vier varianten bedacht, waarbij in twee varianten de turbines (met een hoogte van 114 meter) langs de N207 waren geplaatst. Die nota moest vervolgens worden getoetst door de gemeente die daarvoor ingenieursbureau Oranjewoud inschakelde. Zowel de gemeente Jacobswoude als de provincie leek wel wat te zien in dit plan, onder meer omdat de initiatiefgroep op suggestie van de gemeente bereid leek om na te denken over mogelijkheden om omwonenden ervan mee te laten profiteren. Ook de fractie van GB stond er aanvankelijk positief of in elk geval niet negatief tegenover. Het is best denkbaar dat de gemeenteraad op basis van de nota die de gemeente/Oranjewoud in januari 2001 op tafel legde vrij snel zou hebben kunnen instemmen met het plan van de CVWJ.


Maar ondertussen was de VBOLJ (Vereniging tot behoud van het open landschap van Jacobswoude e.o.) zich gaan roeren. Deze vereniging kwam tezelfdertijd met een nota ‘Milieu of Milieu?’ waarin de milieuwinst van de windturbines werd afgezet tegen het milieuverlies van het landschap. In februari 2001 mocht de VBOLJ hierover inspreken bij de gemeenteraad en vanaf dat moment begon de twijfel enigszins toe te slaan bij diverse leden van de gemeenteraad, ook binnen de GB-fractie. Het gevolg was in elk geval dat de gemeenteraad in september 2001 met een stappenplan kwam voor het verdere besluitvormingsproces en met richtlijnen voor een MER (milieueffectrapportage).


Begin 2002 verscheen de Startnotitie Windenergieproject Jacobswoude van de CVWJ, opgesteld met behulp van ingenieursbureau Arcadis. Dit leidde in mei 2002 tot een tegenreactie van de VBOLJ, in de vorm van een inspraaknotitie. Er was in januari 2002 overigens een poging gedaan om tot een samenspraak te komen tussen de CVWJ/Arcadis en de VBOLJ, maar dat had geen tastbaar resultaat opgeleverd.


Ook op provinciaal niveau moest de VBOLJ flink aan de slag. De provincie kwam in 2003 namelijk met twee nota’s, waarin de Vierambachtspolder werd genoemd als mogelijk locatie voor windturbines: de windenergienota WERVEL en het streekplan Zuid-Holland Oost. Met deze twee nota’s leek de gemeente wat dit onderwerp betreft min of meer buitenspel gezet. Het is de VBOLJ evenwel gelukt om een amendement te laten aannemen door Provinciale Staten dat behelsde dat de Vierambachtspolder uit beide nota’s moest worden geschrapt als windenergielocatie. Het belangrijkste argument was dat nou net dit deel van het Groene Hart een van de weinige resterende open landschappen bleek te zijn.


Vervolgens werd rond de jaarwisseling 2003/2004 de cruciale fase in het besluitvormingsproces ingeluid met het verschijnen van de Milieu Effect Rapportage van Arcadis (in opdracht van de CVWJ). De VBOLJ mocht opnieuw inspreken bij de gemeenteraad en bracht even daarna een zienswijze uit, waarin de hoofdargumenten werden samengevat. In de raadsvergadering van oktober 2004 werd uiteindelijk besloten om geen windturbines in de Vierambachtspolder toe te laten. De stemming was verdeeld, oppositiepartij VVD stemde tegen de turbines, bij het CDA was het 4 voor en 2 tegen en bij GB 2 voor en 4 tegen.





Misschien was het meest doorslaggevend bij deze stemming dat er zich allengs een soort overkoepelend argument had ontwikkeld bij de uiteindelijke tegenstemmers, namelijk dat de VBOLJ telkenmale met een verhaal kwam dat vanuit de CVWJ en hun sympathisanten nauwelijks werd ontkracht. Windenergie was voor de voorstanders een zodanig dominante waarde dat zij andere waarden daartegen zagen verbleken. Zij leken ook niet te begrijpen waarom tegenstanders zich daarover zo druk maakten. Waarschijnlijk zagen zij de VBOLJ louter als een clubje nimby’s wier argumenten bij voorbaat verdacht zijn. Maar geleidelijk aan ging een aantal raadsleden beseffen dat de argumenten van die nimby-club wel degelijk hout sneden en dat zij opkwamen voor een breder belang dan alleen dat van de omwonenden. Daar komt bij dat de CVWJ er toch niet voor bleek te voelen om omwonenden mee te laten profiteren. Misschien zou het anders zijn afgelopen wanneer ze daartoe wel hadden besloten.


De vraag is natuurlijk welke (onderbouwde) inhoudelijke argumenten van de VBOLJ tot dit resultaat hebben geleid. Ziehier de hoofdlijnen.

· De totale opbrengst van de windturbines zou hoogstens 550 huishoudens van energie kunnen voorzien, dat zou dus bij lange na niet genoeg zijn om de aanliggende dorpen/wijken van energie te kunnen voorzien. Hoewel er twijfel zou kunnen zijn over de juistheid van de berekening, is deze niet expliciet bestreden door de CVWJ. Aan de andere kant was er wel de zekerheid dat een kleine groep agrariërs er flink aan zou gaan verdienen.

· Een keuze voor de Vierambachtspolder zou in strijd komen met diverse uitgangspunten van de provincie m.b.t. het Groene Hart. Er is in deze polder geen industrie, glastuinbouw, hoofdinfrastructuur e.d. Het open landschap van deze polder (die overigens wel wordt doorkruist door twee drukke provinciale wegen) zou met de komst van de turbines teniet worden gedaan.

· Diverse negatieve gevolgen worden stelselmatig gebagatelliseerd in de nota’s van de CVWJ: geluidsbelasting, visuele belasting, woonklimaat/planschade, negatieve impact op recreatie/natuurbeleving, mogelijke bedreiging van de gezondheid/veiligheid voor mens en dier, mogelijke verdere negatieve ontwikkelingen worden laagdrempeliger. Of hier sprake zou kunnen zou van overdrijving valt moeilijk uit te maken, het werd in elk geval niet ontkracht vanuit de CVWJ.

· Bij de bevolking is er geen draagvlak, 70% is tegen. Of dat ook zou blijken uit een onafhankelijke meting is niet te zeggen, maar aangezien zo’n meting niet heeft plaatsgevonden kon hier weinig tegen worden ingebracht.


Dat deze argumentatie niet zomaar een opportunistisch of tijdgebonden standpunt behelst, wordt bevestigd door de omgevingsvisie van de provincie van januari 2019, waarin diverse locaties voor windturbineparken worden genoemd, waaronder niet de Vierambachtspolder.


Voor Gemeentebelang was deze kwestie een leerzame ervaring, maar wel een die goed past bij de historie van GB: niet zomaar uitgaan van een visie van een bepaalde groep of vanuit de gemeente, maar kijken naar de perspectieven van alle belanghebbenden; iedereen de kans geven om in te spreken en goed luisteren; kijken naar de kwaliteit van de argumenten en een zuivere afweging maken; aandurven om op aanvankelijke standpunten terug te komen. Dan zal het veelal zo zijn dat de tegenwerpingen van bepaalde groepen niet opwegen tegen het algemeen belang dat met een bepaald voorstel wordt gediend, maar dan ligt ook de mogelijkheid open dat een algemeen belang niet opweegt tegen de belangen van bepaalde groepen, of dat het algemene belang met het betreffende voorstel niet of onvoldoende wordt bediend.


Het belangrijkste leerpunt van de kwestie rond de Vierambachtspolder is dat ook een groep omwonenden het algemene belang in het vizier kan hebben en niet louter hun eigen belang, en dat een dergelijke groep niet mag worden genegeerd vanuit de gedachte dat zij dat algemene belang er alleen maar bij slepen om hun eigen belang te dienen. Ook als dat laatste het geval zou zijn, hoeft dat niet te betekenen dat hun verhaal niet deugt.


10 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven