De structuurvisie van Jacobswoude

Bijgewerkt op: 26 feb. 2021

Rond de eeuwwisseling heeft het gemeentebestuur van Jacobswoude zich een jaar of vijf beziggehouden met het opstellen van een structuurvisie. Zo’n structuurvisie is vooral gericht op de ruimtelijke ordening, omdat die nogal bepalend is voor de toekomst van een gemeente voor wat betreft de woningbouw, de voorzieningen, het bedrijfsleven, de agrarische sector, het milieu, de leefkwaliteit. Aangezien een kleine gemeente (nog geen 11000 inwoners) veel beperkingen heeft die met name door de provincie worden opgelegd, kan een structuurvisie misschien helpen om wat rekkelijkheid te bewerkstelligen bij de provincie, zo was de gedachte.


Om maar meteen die illusie weg te nemen: de structuurvisie heeft op dat punt niets uitgehaald. Er worden in de eindversie van 2002 vele balletjes opgegooid, bij elkaar tegen de honderd, maar daarvan is zowat niets terechtgekomen. Voor zover er iets is bereikt was dat voordien al in gang gezet, zoals: de verdiepte ligging van de HSL, centrumplannen, bedrijfsterreinen (bijvoorbeeld de Drechthoek), bouwplannen op inbreilocaties, wandelroutes.


Er is wel heel veel gedebatteerd over de structuurvisie, zowel met burgers als met allerlei belanghebbende partijen, zoals Windmolengroep Jacobswoude, Vereniging behoud open landschap, WLTO, Gasunie, Ondernemersvereniging Jacobswoude, Waterschap De Oude Rijnstromen, Hoogheemraadschap Rijnland, regionale brandweer, zes omliggende gemeenten, Rijksdienst monumentenzorg, Rijkswaterstaat, RPD.

Er werden heel wat vergaderingen van raadscommissies RO aan gewijd. Daar kwamen leuke discussies op gang, want je kon vrijelijk met elkaar fantaseren over gewenste ontwikkelingen. Zo werd er bijvoorbeeld gespeeld met de gedachte om de kassencomplexen in Woubrugge te verplaatsen naar een andere regio om zo bouwgrond te verkrijgen. Dat was natuurlijk alleen maar fantasie, zoals meteen al bleek toen de eigenaren van die kassencomplexen daarvan hoorden.


Er waren drie versies van het rapport nodig, opgesteld door een gespecialiseerd bureau met de nodige kennis op dit gebied. De eerste versie verscheen in 1998, de tweede in 2000 en de derde in 2002. Je zou enigszins cynisch kunnen zeggen dat dit bureau er het meeste heeft uitgesleept. De eindversie van 2002 lezend valt op dat het meer een opsomming is van allerlei mogelijkheden dan een samenhangende analyse of een duidelijke visie. Bijvoorbeeld een economische analyse zou niet hebben misstaan in dit rapport, maar die staat er niet in. En er is bovendien niet in te lezen hoe je een en ander zou kunnen aanpakken om tot realisatie te komen.



Meest interessant zijn de vele dilemma’s die naar voren komen in het rapport, meestal trouwens niet expliciet beschreven maar wel impliciet door de tekst heen schemerend.

Neem bijvoorbeeld de mooie beschrijving van dit gebied dat rust geeft aan degene die er wandelt of fietst tegenover de wens om meer recreanten aan te trekken via meer recreatieve voorzieningen die aan de rust niet ten goede komen. Of de provinciale bewaking van het Groene Hart tegenover de wens om meer te bouwen dan is toegestaan, daarbij verwijzend naar de instandhouding van voorzieningen en het verenigingsleven. Het rapport spreekt zichzelf daarbij tegen door te pleiten voor uitbreiding van de kleinere kernen, terwijl er ook in staat dat pas bij een omvang als die van Woubrugge voorzieningen voldoende in stand kunnen worden gehouden. Of neem het pleidooi voor bouwen binnen de kernen op inbreilocaties, dat daarmee het toch al schaarse groen binnen de kernen verder aantast. De lintbebouwing van Hoogmade heeft volgens het rapport ‘hoge cultuurhistorische waarde’, daar moet je afblijven. Blijkbaar is dit rapport niet meer van belang in de huidige gemeente, gezien wat er sindsdien gebouwd is langs dat lint. Het open landschap van de Vierambachtspolder wordt geroemd om zijn ruimtelijke kwaliteit, maar tevens beschouwd als een geschikte locatie voor windmolens. Dat lijkt toch wel een volstrekte tegenspraak, zoals later trouwens door zowel de gemeente als de provincie werd bevestigd. Er zijn geen vrachtwagenparkeerplaatsen in de gemeente, staat in het rapport. Of dat helemaal klopt laten we maar even buiten beschouwing, maar het is wel vreemd dat er geen enkele suggestie in het rapport staat om zulke parkeerplaatsen alsnog in te richten. Wild parkerende vrachtwagens zijn immers nogal hinderlijk.



Gemeentebelang kun je min of meer beschouwen als initiatiefnemer van de structuurvisie. Het rapport van 2002 kreeg de instemming van Gemeentebelang alsmede van het CDA; de VVD stemde tegen. Achteraf is het natuurlijk makkelijk oordelen, maar laten we wel vaststellen dat deze structuurvisie weinig heeft opgeleverd. De kosten ervan hadden beter aan iets anders kunnen worden besteed. Aan de andere kant is het wel goed om als politiek eens verder te kijken dan je neus lang is. Dat je die neus vervolgens stoot, moet je dan maar zien als een leermoment.


16 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Bij Gemeentebelang was het belangrijkste uitgangspunt dat burgers centraal staan en niet de bestuurders van de gemeente. Dat lijkt makkelijker gezegd dan gedaan, want hoe breng je dat in praktijk? Maa